Home › Kennisbank › Eetdagboek bijhouden

Eetdagboek bijhouden: wat werkt wel en wat niet

Een eetdagboek is het nuttigste instrument dat je hebt en tegelijk het instrument dat het vaakst halverwege doodbloedt. Dat ligt zelden aan de cliënt.

Kort gezegd

Een eetdagboek werkt het best als het kort, concreet en op het moment zelf wordt vastgelegd — liever drie volledige dagen dan drie halve weken. Vraag om vastleggen, niet om rekenen: een foto of korte omschrijving met tijd en context zegt meer dan geschatte grammen. Geef binnen een paar dagen een reactie, anders stopt het. En behandel een leeg dagboek als informatie over het traject, niet als falen van de cliënt.

Waarvoor je het dagboek eigenlijk gebruikt

Het dagboek is zelden bedoeld om de inname precies te meten. Het is er om patronen zichtbaar te maken: het moment waarop het misgaat, de situatie eromheen, het verschil tussen een werkdag en een weekend. Zodra je dat scherp hebt, verandert ook wat je vraagt. Je hoeft geen grammen te weten om te zien dat er structureel geen ontbijt is.

Hoe lang?

Kort en volledig verslaat lang en half. Drie tot zeven aaneengesloten dagen, met in elk geval één weekenddag, geeft bijna altijd genoeg beeld. Een maand bijhouden klinkt grondiger maar levert meestal twee goede weken en twee weken schuldgevoel op.

Voor cliënten in een langer traject werkt een andere vorm beter: niet continu bijhouden, maar periodes. Bijvoorbeeld een week rond elke controle. Dat houdt het vol te houden en geeft je vergelijkbare momentopnames.

Vastleggen, niet rekenen

Vraag wat er gegeten is, wanneer, en wat de situatie was — niet hoeveel gram en hoeveel kilocalorieën. Zodra een cliënt gaat schatten en rekenen, gebeuren er twee dingen: het kost veel meer moeite, en de getallen zijn alsnog niet betrouwbaar. Een foto met "snel iets tussen twee afspraken door" is klinisch bruikbaarder dan "ongeveer 350 kcal".

Waarom foto's beter werken dan opschrijven

Opschrijven gebeurt meestal 's avonds, en dan is het geheugen al aan het opruimen: porties krimpen, tussendoortjes verdwijnen. Een foto wordt gemaakt op het moment dat het bord er staat, kost twee seconden en toont de portie zonder schatting. Daarom is dat in de Voedia-app de standaardmanier van vastleggen.

Reageren is geen extraatje

Dit is het punt waarop de meeste dagboeken stuklopen. Een cliënt die een week lang alles vastlegt en pas bij het volgende consult iets hoort, leert dat het niet werd gelezen. De volgende week doet hij het half.

Een korte reactie binnen een paar dagen houdt het levend. Niet elke maaltijd, niet uitgebreid — één opmerking per paar dagen is genoeg om te laten merken dat er iemand meekijkt. Dat is ook precies waar digitale dagboeken hun voordeel hebben boven papier: je kunt reageren zonder te wachten op het consult.

Als het dagboek leeg blijft

Behandel dat als informatie, niet als probleem van de cliënt. Een leeg dagboek betekent meestal één van drie dingen: het is te zwaar gemaakt, het nut is niet duidelijk, of er speelt iets waardoor eten op dit moment geen onderwerp kan zijn. Alle drie vragen om een gesprek, geen herinnering.

Een praktische middenweg: vraag om minder. Twee dagen in plaats van zeven, of alleen de momenten waarvan de cliënt zelf denkt dat ze lastig zijn. Iets dat wel gebeurt is meer waard dan een volledige opdracht die niet gebeurt.

Privacy: het is gezondheidsdata

Wat iemand eet en wanneer, zegt iets over zijn gezondheid — ook los van de foto's waar soms een huiskamer of een gezinslid op staat. Dat betekent dat je het behandelt zoals de rest van het dossier: alleen toegankelijk voor wie het nodig heeft, binnen de EU opgeslagen, en verwijderbaar op verzoek van de cliënt. Zie AVG en cliëntgegevens.

Veelgestelde vragen

Hoeveel dagen moet een cliënt bijhouden?

Drie tot zeven aaneengesloten dagen met minstens één weekenddag geeft meestal genoeg beeld. Langer leidt vaker tot halve invulling dan tot meer informatie.

Moeten cliënten porties wegen?

Zelden. Wegen kost veel moeite en levert alsnog schattingen op zodra er buiten de deur gegeten wordt. Vraag om vastleggen en context; rekenen hoort bij jou, niet bij de cliënt.

Wat doe ik als een cliënt niets invult?

Behandel het als informatie over het traject. Vraag of de opdracht te zwaar was, of het nut duidelijk is, en of er iets anders speelt. Vraag daarna om minder in plaats van harder te herinneren.

Verder lezen

Probeer Voedia 30 dagen gratis

Alle functies, geen creditcard, maandelijks opzegbaar. Je panel staat binnen twee minuten klaar.

Gratis starten

Of bekijk eerst de prijzen.